Gedenkplaats Joodse stadgenoten 1940-1945


Stolpersteineroute

< 4. Hoge Gouwe 123 >

12 Stolpersteine voor broer en zus Schenk, de weduwe Esso-van Leer, de jonge Jetje Kalkoene, het gezin Leiser-Hammel met schoonmoeder, het echtpaar Cohn-Joseph, en moeder Weis-Selig en dochter


Op deze plek liggen nu 12 Stolpersteine verdeeld over twee vierkanten in de stoep aan weerszijden van de voordeur. Twee stenen zijn voor de hoofdbewoners Jette (69) en Levie Schenk (67), beide geboren in Schoonhoven. Verder liggen hier gedenkstenen voor de weduwe Esso-van Leer (79), geboren in Nijkerk, de jonge Jetje Kalkoene (19) uit Rotterdam, en acht Duitse vluchtelingen.

Hoge Gouwe 123

Hoge Gouwe 123

Hoge Gouwe 123

Dit adres fungeerde als tijdelijk doorgangshuis. Niet alleen voor Nederlandse Joden, ook voor vluchtelingen uit Duitsland. Zo woonde hier het gevluchte gezin Leiser-Hammel. Vader Hans Leiser (49) en moeder Selma Sanda Leiser-Hammel (33) kwamen hier met hun vijfjarig zoontje Ronald en schoonmoeder Hermine Hammel-Weill (66) via Rotterdam. De jonge Ronald was in Rotterdam geboren.

Ook Gustav Cohn en zijn vrouw Erna Cohn-Joseph waren vluchtelingen, evenals moeder Emma Weis-Selig (42) en haar dochter Ruth Ingeborg Weis (18). Moeder Weis-Selig werkte als kookster in de centrale keuken, waarschijnlijk van het voormalig Joods Bejaardentehuis. "Huishoudelijk een goede kracht", vermeldt haar Joodse Raadkaart. Maar op 31 augustus 1943 was haar deportatie uit kamp Westerbork, en drie dagen later volgde haar dood in Auschwitz.

Zo zijn alle twaalf Joodse stadgenoten, die ooit tijdelijk op dit adres woonden, vermoord; de meesten in Sobibor.

De Goudse dichter Klara Smeets droeg bij de Stolpersteineplaatsing haar prachtige gedicht Stolperstein voor, eindigend met "... een mens die moest verdwijnen, verschijnt in dit herdenken."