Gedenkplaats Joodse stadgenoten 1940-1945


Stolpersteineroute

< 8. Lange Groenendaal 38 >

6 Stolpersteine voor de gezinnen Van Collem-Jessurun Cardozo en Schenkolewski-Marx


Twee Stolpersteine liggen hier voor het echtpaar van Collem-Jessurun Cardozo en vier voor het echtpaar Schenkolewski-Marx.

Lange Groenendaal 38

Lange Groenendaal 38

De bovenste twee gedenksteentjes op deze plek zijn voor Levij van Collem (62) en Rachel van Collem-Jessurun Cardozo (59). Levij van Collem was slager en poorsjer. Op zijn Joodsche Raadkaart staat: "Geschikt om met het publiek om te gaan. Verantwoordelijkheidsgevoel. Nog jeugdig initiatief ondanks leeftijd." Evenzo goed staat ook zijn transportdatum van Westerbork naar Sobibor op deze kaart vermeld.

Het echtpaar werd direkt na deportatie vermoord in Sobibor op 14 mei 1943. Hun zoon Hans overleefde de oorlog. Dochter Rozita trouwde in 1941 in Gouda en verhuisde daarna naar Amsterdam. Zij en haar man Frits Duijts kwamen net als haar ouders om in Sobibor.

Op dezelfde plek liggen ook vier gedenkstenen voor Isaak Schenkolewski (38) uit Hamburg en Klara Schenkolewski-Marx (36) met hun jonge kinderen Mirjam (9) en Moses (8). Dit echtpaar kwam in februari 1941 bij van Collem op zolder wonen. Isaak was procuratiehouder geweest bij een in- en exportbedrijf van wolproducten in Hamburg. Klara Marx was kleuteronderwijzeres. Zij zijn in 1933 in Darmstadt getrouwd en in januari 1939 naar Nederland gevlucht. Maar ook hier waren ze niet veilig.

Moses en Mirjam zijn in 1943 apart met een kindertansport naar Vught en Westerbork vervoerd en vandaar met hun moeder Klara in een trein met vijftig wagons naar Sobibor. Daar is hun doodsdatum 23 juli 1943. Hun vader Isaak werd voor eind maart 1944 vermoord in Midden Europa.

Lange Groenendaal 38
Mirjam Schenkolewski

Buurvrouw Beppie van Wiiligen-Boot, die indertijd een jong meisje was, herinnert zich de twee jonge kinderen nog goed, zoals ze samen keurig gekleed naar de synagoge gingen. "Het was net een plaatje," zei ze. Mirjam met haar lange donkere vlechten en Moses met zijn brilletje. Buurmeisje Beppie deed het licht uit en het gas aan op sjabbes. Haar vader deed boodschappen voor ze en hielp ze. Meestal speelden de kinderen binnen in de achtertuin bij van Collem. En toen opeens waren ze weg en heeft Beppie hen tot haar verdriet nooit meer gezien.

In Hamburg liggen al vier Stolpersteine voor dit gezin op de Rutschbahn 37. Nu ook in Gouda, waar hun verhaal staat in het boek Verhalen van Gouda.