Gedenkplaats Joodse stadgenoten 1940-1945


Krugerlaan 66
Krugerlaan 66
Foto: Monica Maassen


Verhalen bij de plaatsing van Stolpersteine op 11 maart 2019


Op maandagochtend 11 maart 2019 plaatste de Duitse kunstenaar Gunter Demnig twintig nieuwe Stolpersteine in Gouda. Soesja Citroen, coördinator en uitvoerder van het Goudse project Stolpersteine, schreef onderstaande verhalen.

Voor een verslag over de plaatsing zie Plaatsing 2019.


Westhaven 59

Op dit adres woonden Sigmund Oppenheimer (65), geboren in Schwebheim in 1877 en zijn vrouw Babette (Beti) Oppenheimer-Blümlein (59), geboren in Untereisenheim in 1882. In 1907 trouwde Beti met slager Sigmund. Het echtpaar kreeg één dochter, Klara Oppenheimer.

In 1937 emigreerde het echtpaar naar Nederland. In februari 1941 kwamen Beti en Sigmund vanuit Den Haag op de Westhaven 59 in Gouda wonen. Ze woonden hier anderhalf jaar, totdat de politie op half oktober 1942 het echtpaar oppakte. Via Amsterdam moesten ze op transport naar Westerbork.

Tien dagen later volgde hun deportatie naar Auschwitz. Direct na aankomst werden ze daar op 26 oktober 1942 vermoord.

Beti's oudere zusters, de weduwe Sali en de ongehuwde Hanna, woonden ruim twee jaar op de IJssellaan in Gouda. Zij werden opgepakt bij de grote razzia van 9 april 1943 en vermoord in Sobibor op 30 april 1943. Dochter Klara (Claire) emigreerde in de jaren 30 naar de VS, overleefde, trouwde en werd 84 jaar oud.


Krugerlaan 66

Op dit adres woonden Israël de Levie (56), Johanna de Levie-Zondervan (50), Rosetta de Levie (25), Evalina Clara de Levie (18) en nichtje Rosetta Levano (12). Dochter Rosetta de Levie (25) woonde drie maanden op dit adres, de rest van het gezin en het nichtje ruim twee jaar.

In 1916 trouwde belastingambtenaar Israël met Johanna in Roermond. Ze kregen twee kinderen: Rosetta en Evalina. Eind jaren 30 namen ze een pleegkind op in hun gezin, nichtje Rosetta Levano.

Rosetta Levano, met de roepnaam Roosje, werd als jongste kind geboren in Heerlen in 1929. In 1937 verhuisde het gezin naar Roermond. Toen de oorlog kwam, gingen ouders en kinderen naar verschillende adressen. Roosje kwam in Zevenaar bij haar tante Johanna en oom Israël terecht.

Op 12 maart 1940 kwam ze met hen mee naar Gouda. Dochter Rosetta de Levie van begin twintig woonde maar een paar maanden in het huis op de Krugerlaan en verhuisde al snel naar Scheveningen. Op een foto uit de bezettingstijd zie je dochter Evalina met een groepje Joodse stadgenoten bij de Reeuwijkse plassen, nonchalant een trekje nemend van haar sigaret.

Begin oktober 1942 pakte de politie Israël, Johanna, Rosetta en Evalina de Levie op. Ze werden via Amsterdam 'geëvacueerd' naar Westerbork. Roosje wordt niet gemeld in het rapport, maar ging waarschijnlijk wel mee. Op 19 oktober volgde hun deportatie naar Auschwitz. Direct na aankomst op de 22ste werden Israël, Johanna, hun dochters Rosetta en Evalina Clara en pleegkind Roosje Levano vermoord.

Slechts de broer in Roosjes ouderlijk gezin overleefde, hij noemde haar Roosje. Deze een jaar oudere broer is Chaim Levano. Hij ontwikkelde zich tot een eigenzinnig musicus, woordkunstenaar en theatermaker en overleed op hoge leeftijd. Zijn familie woonde de plaatsingsceremonie bij.


Burgvlietkade 79

Op dit adres woonden Fritz Mohr (42), geboren in Schweinfurt, Alice Mohr-May (39) geboren in Bochum en hun dochtertje Renate Mohr (9), geboren in Rotterdam in 1934. Ze woonden een jaar op de Burgvlietkade.

Fritz Mohr was vertegenwoordiger, maar staat ook vermeld als kousenreparateur. In 1931 trouwden Fritz en Alice in Berlijn. Twee jaar later arriveerde het echtpaar in Rotterdam, daar woonden Alice's ouders al. In 1934 werd hier dochtertje Renate geboren, vervolgens gingen ze naar Den Haag.

Begin 1941 Gouda kwam het gezinnetje in de Sophiastraat wonen, een half jaar later verhuisden ze naar de Burgvlietkade 79. Oma Alice Mohr-Kitzinger (65) de moeder van Fritz, woonde op dat moment ook vlakbij in Gouda.

Begin oktober 1942 werden Fritz, Alice, Renate en oma Alice door de politie opgepakt en overgebracht naar Amsterdam. Vandaar moesten ze direct door naar Westerbork. Daar werden Fritz, Alice en Renate ruim een half jaar vastgehouden. Toen volgde hun deportatie naar Sobibor, waar ze direct na aankomst op 28 mei werden vermoord. Oma Alice was toen al lang vermoord in Auschwitz eind oktober 1942.


Sophiastraat 37

Op dit adres woonden Herbert Kirchheim geboren in 1896, Anne Marie Kirchheim-Brahn, geboren in 1900, en Margit Lieselotte, geboren eind 1936. Ze woonden hier bijna twee jaar. Herbert was een koopman in dassen. Hij had een jongere zuster Margot. Anne Marie Brahn was arts, gepromoveerd in de psychiatrie, en werkte in een psychiatrische kliniek. Op 8 oktober 1935 trouwden Herbert en Anne Marie in Berlijn.

Dochter Margit Lieselotte werd eind 1936 in Berlijn geboren. Het gezin vestigde zich in Rotterdam, waar Herbert al eerder had gewerkt en gewoond. In 1940 gingen ze op de Schieweg wonen, in een huis waarin ook de vluchtelingen Helmut Rosenberg en Heinz Lewkonja woonden.

Vanuit Rotterdam verhuisde het gezinnetje samen met de twee jongens eerst naar de Hoge Gouwe en vervolgens in juni 1941 naar de Sophiastraat 37.

Bij de grote razzia van SS en politie van 9 april 1943 werden bijna alle overblijvende Goudse Joden opgepakt. Ook Herbert, Anne Marie en de jonge Margit Lieselotte waren daarbij, via Rotterdam moesten ze naar Westerbork.

Vier weken later volgde hun deportatie naar Sobibor, direct na aankomst op 7 mei 1943 werden ze daar vermoord.

Herberts jongere zuster Margot en haar dochtertje Liselotte ontvluchtten Berlijn na de Kristallnacht, ze wisten te ontkomen naar Engeland en moesten daar overleven met de pijn van het verlies van hun directe familie.

Op dit adres woonde ook Helmut Rosenberg (19). Hij werd in 1924 geboren in Bassum en woonde hier anderhalf jaar. Door de naziterreur moest zijn vader in 1936 zijn zaak opgeven. Hij boekte vier boottickets naar Agentinië, maar kreeg geen geldige inreispapieren.

Begin november 1938 ging de toen veertienjarige Helmut met een kindertransport naar Nederland. Na vele opvangadressen kwam hij uiteindelijk op het adres van het gezin Kirchheim en Heinz Lewkonja wonen in Rotterdam. Vandaar verhuisde hij met hen mee naar de Hoge Gouwe en in juni 1941 naar de Sophiastraat. Zo'n anderhalf jaar woonde hij hier met de anderen en wellicht heeft dat samenzijn nog enig soelaas geboden.

Begin februari 1943 was Helmuts deportatie uit Westerbork, 30 april 1943 dat jaar werd hij vermoord in Auschwitz. Zijn zus Gertrud was de enige van zijn ouderlijk gezin die overleefde.

Ook Heinz Ludwig Lewkonja (18) woonde hier. Hij werd geboren in Keulen in 1925 en ging op zijn derde bij adoptieouders in Bochum wonen. Vader Erich werd in 1939 opgepakt en later vermoord in Auschwitz, ook Heinz' moeder kwam later om. Zij zorgde dat Heinz begin 1939 met een kindertransport naar Nederland ging. Zo kwam hij in Rotterdam te wonen in het huis waar ook de familie Kirchheim-Brahn en Helmut Rosenberg woonden.

Met hen kwam hij in juni 1941 via de Hoge Gouwe in de Sophiastraat 37 terecht. Bijna anderhalf jaar verbleef Heinz hier samen met de anderen, maar ook in Nederland redde hij het niet.

Begin november 1942 werd hij door de politie opgepakt. Via Amsterdam moest hij naar Westerbork en op 10 november 1942 volgde zijn verdere deportatie. Waarschijnlijk heeft hij daarna nog dwangarbeid verricht. Eind maart 1944 werd hij door de nazi's vermoord in Midden-Europa.


Graaf van Bloisstraat 56

Op dit adres woonden twee jaar lang Hermann Lachmann (37), geboren in Danzig, zijn echtgenote Rachel Margot Lachmann-van Gelder (35) en hun zoontje Jozef Lachmann (7) geboren in Rotterdam.

Hermann was metaalbewerker, Rachel fabrikante van kinderconfectie. Ze groeide in Hamburg op in een groot Nederlands-Duits Joods gezin, zij was de enige van hen die in de sjoa omkwam met haar man en kind. Hermann en Rachel trouwden in 1934 in Amsterdam, in Rotterdam kregen ze in 1936 hun zoon Jozef.

Vanuit Rotterdam kwamen ze begin februari 1941 op de Graaf van Bloisstraat wonen. Hermann werkte als metaalbewerker bij de firma Glasbeek in Waddinxveen.

Bij de grote razzia van SS en politie van 9 april 1943 werden ook Hermann, Rachel en de jonge Jozef weggevoerd. Via Rotterdam moesten ze naar Westerbork, waar ze nog ruim een maand vastzaten. Toen volgde hun deportatie naar Sobibor, waar ze direct na aankomst werden vermoord op 21 mei 1943.

Rachels moeder overleed begin 1942 in Amsterdam. Rafaël, een broer van Rachel, woonde op dat moment ook in Amsterdam met zijn vrouw en hun zoon Hein. Hein en Jozef waren neven en even oud. Dit gezin overleefde Bergen-Belsen. Bij de Stolpersteineplaatsing was directe familie aanwezig ter nagedachtenis aan Rachel, Hermann en kleine Jozef.


Crabethstraat 5

Op dit adres woonden Julius Kobijlinski (64), zijn echtgenote Hertha Kobijlinski-Naumann (53), hun zoon Walter (31) en zoon Erich (22). Vader Julius woonde hier een jaar, moeder Hertha en hun twee zonen ruim andehalf jaar.

Het gezin Kobijlinski was afkomstig uit Berlijn. Julius had een zaak in electrische artikelen. In 1936 emigreerden ze naar Nederland. Ze gingen eerst naar Den Haag, in februari 1941 kwamen ze in dit huis wonen.

Vader Julius werd in februari 1942 door de SD opgepakt en vastgezet in kamp Amersfoort. Via Westerbork werd hij gedeporteerd naar Auschwitz. Op 17 augustus 1942 werd hij daar vermoord.

Eind oktober 1942 werden de overige gezinsleden Kobijlinski opgepakt. Ze werden via Amsterdam naar Westerbork getransporteerd en al snel volgde hun deportatie daarvandaan. Moeder Hertha stierf direct na aankomst op 13 november 1942 in Auschwitz. Beide zonen Walter en Erich zullen nog een jaar dwangarbeid hebben verricht, hun sterfdatum is vastgesteld op 31 maart 1944 in Midden-Europa.


Cappenersteeg 2

Op dit adres woonden Gerson Mol (46), zijn echtgenote Frederika Mol-Wolffers (62) en haar zuster Sophia Catharina de Gast-Wolffers (61). Sophia woonde hier ruim twee jaar, het echtpaar Gerson en Frederika een half jaar korter.

Gerson werkte als slager en vertegenwoordiger. Uit zijn tweede huwelijk met Gracia Ereira werden drie kinderen geboren: Meijer, Elisabeth en Margaretha. Eind september 1933 gingen Frederika en Gerson een nieuw huwelijk aan in Rotterdam. Hij was 35 jaar, zij 53 jaar.

Op 25 februari 1941 kwamen ze in Gouda in de Cappenersteeg wonen. Daar woonde Frederika's net verweduwde zuster Sophia de Gast-Wolffers al een half jaar. In maart 1942 werd Gerson door de politie gearresteerd, misschien bleef hij vastzitten, begin oktober 1942 werd hij vastgezet in Westerbork. Ook begin oktober werd Frederika opgepakt. Ze werd vanuit Rotterdam naar Westerbork getransporteerd, al of niet samen met Gerson. Half oktober 1942 volgde hun gezamenlijke deportatie naar Auschwitz.

Frederika werd hier direct na aankomst op 19 oktober vermoord, Gerson werkte waarschijnlijk nog als dwangarbeider. Hij kwam in Midden-Europa om het leven op 31 maart 1944. Frederika's zuster Sophia werd enkele dagen na de moord op haar zuster door de politie opgepakt en moest via Amsterdam naar Westerbork. Haar dood, ook in Auschwitz, was op 5 november 1942.


Soesja Citroen,
Stichting Gouds Metaheerhuis afd. Stolpersteine
stolpersteinegouda@gmail.com
www.facebook.com/stolpersteine.gouda
www.www.xplregouda.nl/#/route_info/5059

Krugerlaan 66